In memoriam ons Ere Lid Philip (Flip) van Dok (1935-2021)

In memoriam ons Ere Lid Philip (Flip) van Dok (1935-2021)

15 oktober 2021 19:00


Ik herinner mij een zonnige zaterdagmiddag eind 90 er jaren op de Donkerelaan waarbij mijn schoonouders naar een wedstrijdje van hun kleinzoon kwamen kijken. Ook Philip was aanwezig op het terras en mijn verbazing was groot dat mijn schoonvader Philip goed kende. Zij zaten samen in de Hogeschoolraad van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Philip vertelde daarbij blij te zijn dat de CC Bloemendaal weer bloeide en een competitieve
jeugdafdeling had. Want de jeugd heeft de toekomst en vormde daarmee de backbone van de vereniging. Iets waar hij zich in het verleden enorm sterk voor gemaakt had. Deze spontane ontmoeting maakte mij duidelijk dat Philip’s maatschappelijk bestuurlijke en vooral initiërende sporen het clubniveau ver overstegen. Hij grossierde in Ere-Voorzitter-, Ere-Lid en Lid van Verdienste benoemingen bij vele verenigingen en gezelschappen. Dat plaatste de decoratie als Ridder in de Orde van Oranje Nassau ook in een duidelijker perspectief. Als een van de weinige ‘Bloemendalers’ bracht Philip het tot Lid van Verdienste van de KNCB. Niet als excellente speler van het NED XI-tal of zijn kritisch bestuurlijke bijdrage als KNCB bestuurder, maar vooral ook om zijn brede inzet voor het Nederlandse cricket als geheel.


In het archief van de CC Bloemendaal stuitte ik op een brief waarin hij onomwonden stelde een aantal weken niet te zullen spelen en pas bereid te zijn zich opnieuw in te zetten wanneer alle incompetente bestuurders niet zouden vertrekken. Als het cricket in Nederland op competitief niveau zou willen overleven moest er ook werkelijke bereidheid zijn te willen veranderen. Of dit een oproep was richting Verenigings- of Bondsbestuur laat ik in het midden. Het maakte wel duidelijk dat als Philip een doel had hij zich daar ook vol in vastbeet. Als ik zijn generatie genoten mag geloven was het Philip die de komst van buitenlandse
coaches, om daarmee het niveau van het het Nederlandse top cricket te doen stijgen, zwaar bepleit heeft. Te beginnen met het aanstellen van Alan Mansell als 1e speler/coach bij Bloemendaal. Dankzij Philip’s goede contacten bij MCC werd de naar Nederland verhuisde Larry Worrell, een ex County speler, richting Bloemendaal geloodst. Want zijn (internationale) cricket netwerk was fenomenaal. Vele jeugdteams profiteerden daarvan met een tour naar Engeland of het spelen in Bloemendaal tegen Engelse, Schotse en zelfs Deense tegenstanders.


Pas als 18-jarige werd Philip in 1953 lid van CC Haarlem. Zijn passie voor het spel en het daaraan gekoppelde decorum ontstond tijdens een middelbare schoolreis naar Schotland begin 50-er jaren. Tot die tijd lag zijn belangstelling meer bij basketbal. Van meet af aan was hij in hoge mate betrokken bij het lubben van generatie genoten en de aanwas van de nog jongere jeugd. Zo organiseerde hij in 1956 tijdens de Pinkstervakantie een groot scholentoernooi met maar liefst 20 teams. Het kan niet anders dan dat hier veel deelnemers aan het spelletje zijn blijven ‘plakken’. De vervulling van zijn dienstplicht ‘ritselde’ Philip in Jever. Een plaatsje in Noord-Duitsland waar de Royal Air Force gelegerd was. En waar dus cricket gespeeld werd. Een tour met een ‘Haarlem’ team naar Jever in 1957 moet toentertijd een hoogtepunt geweest zijn en kreeg een prominente plek in meerdere lustrumboeken en sterke verhalen aan de toog. Philip ging pas laat studeren, Economie in Rotterdam. Ook daar bouwde hij een enorm netwerk op. Volgens ingewijden was het nastreven van een glanzende ‘corporate career’ ondergeschikt aan het zoeken naar verbinding en het bouwen aan persoonlijke relaties met een sociaal maatschappelijke context. Tussen 1960 tot 1979 heeft Philip binnen ‘Haarlem’ en later ‘Bloemendaal’ gedurende 11 jaar bestuurlijke functies, vervuld. Onder zijn voorzitterschap in de jaren 1973-1978 kwam de vereniging tot grote bloei met maar liefst 4 senioren teams, 1 veteranen team, 1 dames team en een bloeiende jeugdafdeling. De verhouding met de HC Bloemendaal was uitstekend en door zijn participatie in de Bloemendaalse Sportraad stond cricket daar prominent op de agenda. Ook werden de banden met Rood en Wit stevig aangehaald. De waarneming dat Philip pas op latere leeftijd (in 1977) zijn Ineke huwde doet vermoeden dat cricket en het opbouwen van al die netwerken wel erg veel van zijn tijd gevergd hadden. Het huwelijk bracht wel met zich mee dat Philip een nadrukkelijker keuze maakte voor het gezin in opbouw en de actieve vereniging betrokkenheid op een lager pitje zette. Tijdens de ALV in April 1978 werd Philip benoemd tot Ere-Lid van de CC Bloemendaal. Het oeuvre overziend volkomen terecht en verdiend.


Maar ook als cricketer drukte Philip zijn stempel, als leg-break slow bowler pakte hij veel wickets. Maar brak geen records. Zijn beste prestatie in ons 1 e team, op dat vlak, was een 7 voor 100 in 14 overs.​ In de staart van de batting side verdedigde hij zijn wicket met verve en was lastig (not-out percentage 25%!) uit te krijgen. Als slip-fielder vaak succesvol met voor mij verrassend veel vangen. Als captain wist hij de intenties van de vijandelijke batsmen goed te lezen en zijn veld dus slim uit te zetten. In (senioren) competitie verband speelde Philip:
244 wedstrijden voor Haarlem1/Bloemendaal1, scoorde daarin 1694 runs (HS 61*), bleef daarbij 61xno, veroverde 261 wickets en pakte 94 vangen. 228 wedstrijden voor onze lagere teams, scoorde daarin 1828 runs, bleef daarbij 55xno, veroverde 266 wickets en pakte 71 vangen.


En dan zijn al die vriendschappelijke potjes of wedstrijden voor The Beating Bats, Flamingo’s, SGS en andere touring gezelschappen nog niet eens meegenomen. Philip was een cricketer uit een bijna vergane doos. Altijd vlekkeloos in gestreken flannels, witte schoenen en het spel spelend met respect voor de regels en tegenstander. Zijn laatste actieve optreden als speler zal een jaar of 10 geleden op de Donkerelaan geweest zijn. In een Village cricketwedstrijd tegen een veel sterker Engels touring team van Roxbourne CC. Toch nog het laatste overtje bowlen, iets minder break maar lijn en lengte waren in de kooi nog wel OK. Wat verre fielders op de juiste plek gezet en op de 1e (clean bowled) en 6e bal een wicket. Een euforischer slot van een lange cricket carrière lijkt mij onmogelijk.


In het lustrumboekje uit 1975 vond ik nog een tekenend stukje van de hand van Philip.
“Wij moeten grote bewondering hebben voor al diegenen die in het verleden, vaak met de rug tegen de muur, kans hebben gezien onze vereniging door diepe dalen heen te halen en op deze wijze de basis hebben gelegd voor waar wij nu staan. Een bloeiende vereniging die bruist van activiteiten”. Wij zijn nu bijna 50 jaar verder en de vereniging lijkt, na ook nu weer diepe dalen en hoge toppen, weer op het niveau van 1975 beland te zijn. Met wederom vele, vooral nieuwe leden, die zich daarvoor inzetten. 4 seniorenteams in competitie, een actief Village Cricket team, ‘social’ cricket op vrijdagavond en een wederom bloeiende jeugdafdeling.


Philip’s ‘legacy’ is dus voorlopig veiliggesteld en dat zal hem een goed gevoel gegeven hebben.


Arnoud Bernelot Moens

IMG_6576.JPG
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!